Tijdens de IAA in Frankfurt was de Citroën Cactus M één van onze favoriete conceptcars. De M refereert aan de Mehari, een van de leukste wagentjes die het merk voortbracht. We zien een comeback wel zitten. Hoewel zo’n terugkeer lang niet altijd een goed idee is.

1. Borgward

Op dezelfde IAA herlanceerde Borgward zichzelf. Wat ons betreft had het niet gehoeven. Want was het merk ooit het toonbeeld van sierlijkheid en de nieuwste technieken; wat er nu op de stand stond was dat op zijn zachtst gezegd niet. De nieuwe Borgward ziet er uit als een matig gebouwde Audi-kloon. De oude Carl had beter verdiend.

2. TVR

De meest schimmige comeback ooit. Tot 2004 strompelde het merk decennialang van eigenaar naar weldoener die op steeds weer nieuwe manieren TVR in leven wist te houden. Tot de boel in handen kwam van de Rus Nikolay Smolensky die heel veel plannen had die met regelmaat de wereld in werden geslingerd. Maar van een auto bouwen, daar kwam het nooit van. Inmiddels is TVR eigendom van een groep Britse zakenlieden onder leiding van Les Edgar. Ze hebben Gordon Murray ingehuurd om weer een echte TVR te ontwerpen. Voor de motor is Cosworth aan het werk gezet. Over twee jaar moet het goed komen. De eerste aanbetalingen zijn gedaan.


3. Bugatti

Na een valse start met een goede auto – de veel geroemde EB 110 – zette Volkswagen door met de Veyron. Ja, het is de snelste productieauto ooit en daarmee alleen al een enorm indrukwekkend apparaat. Maar is het ook een Bugatti? Daarover verschillen de meningen. De oorspronkelijke Bugatti’s waren lichte creaties, mooi in hun minimalisme. Iets dat je heel lastig kan zeggen over het über-dikke geesteskind van Ferdinand Piëch.

4. Volkswagen New Beetle

Het was eind jaren negentig en iedereen verlangde hevig naar goede oude tijden. Auto-ontwerpers niet in het minst en dus gaven ze ons nieuwe versies van de Mustang en de Camaro waar we blij van werden en een nieuwe Kever. Op de plaatjes leek het in 1997 heel leuk, maar in het echt werd het hem nooit helemaal. De New Beetle mist de functionaliteit en de vriendelijke prijs van het origineel en is te groot en lomp om dezelfde aaibaarheidsfactor te scoren. Daar verandert geen bloemenvaasje wat aan. VW houdt vast aan het model en dus moeten er genoeg mensen zijn die er heel anders over denken.

5. Spyker

Het begon met een droom van je eigen supercar bouwen in een schuurtje. Maarten de Bruin maakte hem waar en noemde zijn creatie de Silvestris. Vervolgens bouwde de commercieel bijzonder handige Victor Muller er een ideniteit omheen door de sportwagen Spyker te noemen. Een comeback? Ja, zeggen we voorzichtig want zo heette ook de Nederlandse auto- en vliegtuigbouwer waar in 1925 het licht uit ging. Historisch had de sportwagen uit de schuur net zoveel met Spyker te maken als Ferdinand Piëch met Ettore Bugatti, maar het klonk leuk. De barokke looks van de C8 deden de rest. Even, heel even dachten we allemaal dat het die Muller gewoon ging lukken om de lange neus te trekken naar Porsche, Ferrari en Lamborghini. Allemaal vanuit een iets grotere schuur in Zeewolde. De werkelijkheid was iets weerbarstiger. Spyker bestaat nog, maar dat is op dit moment ook alles dat je ervan kan zeggen.

Reageren op dit artikel:

BMW M3 GTS
Vorig bericht

Overzicht: gewilde BMW M3-verzamelobjecten

Bentley Bentayga detail 005
Volgend bericht

10 feiten over de nieuwe Bentley Bentayga die je moet weten

Olof van Joolen

Olof van Joolen

Algemeen verslaggever. Kan niet zonder nieuws, maar is eigenlijk iets meer geïnteresseerd in oud dan in nieuw. Kijkt graag in de keuken van de industrie. Altijd op zoek naar de mooie verhalen van de mensen achter het plaatwerk. Gek op Le Mans en lege binnenwegen voor zijn eigen oude blik: een paarse Alfa Giulia Super (1974).