Het mogen uitoefenen van een beroep waarbij het überhaupt de moeite is om aan het eind van het jaar een top drie samen te stellen is al een zegen op zich. En wanneer hoogtepunten als het rijden van een Abarth 124 Spider op de Nürburgring of een tracktest van een nieuwe Lotus daar niet eens in terecht komen, weet je weer waarvoor je het allemaal doet als je voor de zoveelste keer laat op de avond tegen de deadline aan zit te hikken van een rij-indruk met een boodschappenwagentje. Op dezelfde manier compenseert het bezoeken van bijzondere bestemmingen zoals Tokio, Oman en het binnenland van de V.S. het vele tijd- en energievretende reizen dat bij ons vak hoort. Maar over de opofferingen gaan we het nu uiteraard niet hebben. Dít is mijn top drie:

3. Super… nee, hypercars

Porsche 911 GT2 RS

De meest voor de hand liggende jaartoppers zijn uiteraard testritten met supercars uit het hoogste echelon. Daarbij is het voor mij onmogelijk om te kiezen tussen de McLaren 720S en de Porsche GT2 RS, die zich elk op een heel eigen manier in mijn geheugen hebben gegrift. Met overigens een eervolle vermelding van de Donkervoort GTO-RS, die met zijn aanslag op je zintuigen en zenuwen echter in de categorie ‘too much’ is ingeschaald. De grote gemene deler van de Big Mac en de 911, was de aan het oncomfortabel grenzende snelheid en remkracht die ze op droog asfalt kunnen ontwikkelen. Wie een auto als dit bezit, hoeft nooit meer in een achtbaan te stappen voor een soms broodnodige adrenalineboost die je weer laat voelen dat je leeft. Goed gas geven in zo’n moderne super-, nee hypercar, betekent jezelf overgeven aan oer-overlevingsinstincten. Liefst op een circuit natuurlijk – of het moet een lege Autobahn zijn – omdat auto’s als dit eigenlijk pas boven de 100 km/h echt tot leven beginnen te komen. Dan begint de aerodynamica te werken en komt het onderstel onder druk te staan zodat het begint terug te praten. Dat geweldenaars als dit desondanks op plek drie blijven steken, zit ‘m in het feit dat het zelfs voor een bovengemiddelde bestuurder lastig is om er zonder elektronische hulpmiddelen op een veilige manier van te genieten. Daardoor waan je jezelf uiteindelijk toch tegelijkertijd bestuurder en passagier, en dat kan nooit de bedoeling zijn in het pre-zelfrijdende auto tijdperk.

McLaren 720S

Porsche 911 GT2 RS

2. Een helm op

dries-rally-3

Generaliserend kun je stellen dat ik doorgaans het meest uitkijk naar alles waarbij ik een helm op moet. Weet dat Porsche het niet eens nodig vindt om tijdens een tracktest met een 911 GT2 RS iets van bescherming te dragen (ook al haalde ik aan het eind van het rechte stuk van het circuit Portimao 292 km/h op de teller…) en je begrijpt dat ik hiermee raceauto’s bedoel. Het echte werk, om het maar even simpel te zeggen. Want hoe snel of goed ook, elke straatlegale auto is een compromis. Als je maximale beleving en volmaakte controle en connectie met de techniek zoekt, moet je het circuit op met een racer. Alleen daar is het toegestaan om te rijden met een auto die echt van voor tot achter op maximale rijprestaties en daardoor ook rijbeleving gefocust is. Zonder geluidsdemping, zonder rubber in het onderstel, zonder ABS, zonder ESP. Afijn, u begrijpt waar ik heen wil. Het stuur uit handen geven doe ik als autoliefhebber natuurlijk niet graag, maar er zijn uitzonderingen. Op de passagiersstoel van een rallyauto zitten met een topcoureur aan het stuur is namelijk minstens even boeiend als zelf in zo’n apparaat rijden. Dit jaar mocht ik meerijden in een van de nieuwe generatie WRC-auto’s, wat (Groep B incluis!) met afstand de snelste rallyauto’s uit de geschiedenis zijn. Het is nauwelijks te bevatten wat er allemaal mogelijk is met zo een rallymonster in de handen van een van de beste coureurs ter wereld. In dit geval de Ierse Citroën-fabrieksrijder Craig Breen. Kijk in de video hieronder wat daarvan het effect is. Het was de bedoeling dat ik de even daarvoor zelf geschreven pacenotes zou voorlezen, maar na 300 meter was ik de kluts volledig kwijt. Overigens kwam het echte hoogtepunt onlangs pas, toen Audi me in de RS 5 DTM liet rijden waarmee René Rast even daarvoor de rijderstitel 2017 had binnengehaald. Het verslag daarvan, plus een video komen binnenkort voorbij op de gebruikelijke Autovisie-kanalen. Ik kan u alvast verklappen dat het vooral… confronterend was.

On board in de Citroën C3 WRC

1. ‘Doorsnee’ hot hatches

honda-ford

Wordt het dan echt nog beter dan zélf rijden in een pijlsnelle raceauto van meer dan een miljoen euro of een sessie in een splinternieuwe supercar? Niet als het gaat om het halen van een ‘quick fix’. Niets beter dan de kortstondige opwinding van het knokken met 700 pk of zelfs meer. Laat staan het eigenhandig ervaren van de bochtsnelheden die een echte downforce-auto als een RS 5 DTM mogelijk maakt. Maar op de lange termijn blijven andersoortige herinneringen het meest levendig in mijn hoofd rondspoken. Het zal wellicht als een verrassing komen, maar stiekem haal ik het meeste voldoening uit het rijden van auto’s met een snelheidspotentieel dat bij mijn eigen niveau past. Auto’s waarin je binnen een minuut alle elektronische hulpjes al vrijaf geeft, omdat je voelt dat je alles onder controle hebt. Alles boven de 400 pk blijkt dan al snel overdaad. Waar ik echt jaren later nog volop van kan nagenieten, zijn uitstapjes met de redactie naar Luxemburg, de Eifel of de Ardennen met een stel ‘doorsnee’ hot hatches of sportwagens. Zoals dit jaar in de nasleep van de supertest, met een Civic Type R, Ford Focus RS, Hyundai i30 N en Peugeot 308 GTi. Auto’s waarvoor je geen bovenmenselijke talenten nodig hebt om ze uit te kunnen wringen. En bovendien krijg je daar bij dit soort uitstapjes de hele dag de tijd voor, waar een supercarintroductie vaak veel compacter van aard is. Reken er daarom maar op dat in mijn top drie van 2018 reportages met auto’s zoals de nieuwe Renault Mégane RS en Alpine A110 bovenaan de lijst zullen prijken. Ik kijk er nu al naar uit.

 

Reageren op dit artikel:

Bugatti Chiron
Vorig bericht

Autovisie Kennisquiz: De grootste autoquiz van 2017

Citroën 2CV
Volgend bericht

Uw Garage: Citroën 2CV 400 (1974)

Dries van den Elzen

Dries van den Elzen

Werd geboren als auto- en motorsportfanaticus en kwam via die weg in de reguliere autoliefhebberij terecht. Geen wonder dat zijn persoonlijk voorkeur sterk naar sportief georiënteerde modellen neigt. Kan door zijn fascinatie voor autotechniek evengoed een Ferrari als een Prius op waarde schatten.