Van kinds af aan wist Andreas Preuninger al dat hij bij Porsche wilde gaan werken. Inmiddels is hij daar alweer achttien jaar verantwoordelijk voor alle GT-modellen. Redacteur Dries van den Elzen sprak voor Autovisie Magazine 22 met de technisch onderlegde autogek. Lees hier enkele opvallende uitspraken van Preuninger.

Andreas Preuningen, PorscheAndreas Preuningen, Porsche


“Op mijn slaapkamermuur prijkte een poster van een 911 Carrera RS.”

“Mijn eerste auto was een Volkswagen Scirocco GLi uit de jaren zeventig, voorzien van een 110 pk sterke 1.6 GTI-motor en een vijfbak. Te gekke auto voor een 18-jarige.”

“Ik overwoog redacteur bij Auto Motor und Sport te worden, maar nadat ik een proefartikel had geschreven, werd ik door de rest uitgelachen.”

Andreas Preuningen, PorscheAndreas Preuningen, Porsche


“Toen ik begon in mijn huidige job, bestond die nog niet. De eerste GT3 (de enige GT die niet onder Preuningers leiding is ontwikkeld, DvdE) is als hobbyproject gedaan door de toenmalige leiding. Ik heb de kans gehad om mijn eigen functie te bouwen.”

“Er zit zoveel van mijn eigen persoonlijkheid en die van mijn voorganger Roland Kussmaul in de GT-auto’s dat ik mijn productie alleen als geheel kan zien. Maar de Speedster, ons nieuwste model, is wel een auto die ik al heel lang heb willen maken, dus nu zou ik die kiezen.”

“Toen ik samen met Wendelin Wiedeking (voormalig Porsche-ceo, DvdE) voor het eerste 996 GT3 RS-prototype stond, keek hij me vragend aan en zei: ‘denk je nou écht dat je dit kunt verkopen?’ Aangezien we die auto stiekem en zonder budget hadden gebouwd, was het een echte ‘victory or coffin’-situatie.”

“Auto’s zijn als vitamine C. Erg gezond, maar een overdosis is dodelijk!”

Andreas Preuningen, PorscheAndreas Preuningen, Porsche